vrijdag 26 november 2010

Algemene kennis van het luchtvaartuig (deel 1) Cel, Motor en Systemen

Gisteren, tijdens de les algemene kennis hebben we de werking van de motor verder besproken. Men heeft 2 soorten  motoren maar we hebben vooral de luchtgekoelde motor besproken. De luchtgekoelde motor wordt gekoeld door de propeller, die als het ware als een ventilator gaat dienen. Als men de voorkant van een vliegtuig met een dergelijke motor bekijkt, merkt men dat men net achter de propeller openingen ziet. Hierin komt de wind, voortgebracht door de propeller. Dit verkaard ook de aanwezigheid van de spinner die de wind als het ware in de openingen begeleidt. Eens de wind naar binnen gaat zal ze een baan doorheen de cilinders afleggen. Men heeft twee baffles in de motorkap geplaatst om ervoor te zorgen dat de wind gedwongen wordt om over de cilinders te gaan en niet opgewarmd is wanneer ze aan de laatste cilinder komt. De lucht ontsnapt dan via een klep onderaan. Hierdoor kan men, bij sommige vliegtuigen tijdens de vlucht de temperatuur een beetje regelen door in de zomer de klep meer of in de winter de klep minder te openen.

Verder kwam de werking van de carburator aan bod evenals de dosering, de mengselregeling, het gebruik van de mengselregelaar, de gevolgen van een te rijke of te arme dosering, ...

Enkele van die gevolgen zijn:

  • Vermogensverlies
  • Hoog brandstofverbruik
  • Ruw draaiende motor
  • ... 
Wanneer krijgt men de beste verbranding? Men kan dit zelf afstellen. Aangezien de lucht op 10 000 ft ijler is, is de verhouding te rijk en moet men het mengsel armer maken. Dit noemt men leaning. Als men dan weer naar  3000 ft gaat, moet men het weer rijker maken. Dit ook wel nodig, wil men de motor optimaal laten werken en voorkomen dat de motor stilvalt.
We hebben nog een hoop andere zaken bekeken en besproken maar ga het hierbij houden. Volgende week (30 november) krijgen we de eerste les over menselijke prestaties. Ik kijk er al naar uit.

I keep you posted

donderdag 25 november 2010

Luchtvaartreglementering en ATC procedures

Eergisteren was het luchtvaartreglementering en ATC procedures. Het vluchtplan werd tot in detail besproken. Het is niet verplicht om telkens wanneer men gaag vliegen een vluchtplan in te dienen. Toch is het in sommige omstandigheden een verplichting. Wanneer is men verplicht om een vluchtplan in te dienen?

























Het indienen van een vluchtplan is verplicht in volgende gevallen:

  1. Op de eerste plaats kun je er beter een gewoonte van maken om dit tijdens elke vlucht in te dienen. Op deze manier kun je dan (wanneer het nodig is) genieten van Search And Rescue. Dit is volledig kosteloos;
  2. Een vluchtplan is nodig zodat ATC de planning voor de indeling van het luchtruim kan maken. Dit is trouwens altijd verplicht wanneer men de grens overvliegt (internationale vluchten) en wanneer men gebruik wil maken van controle (uitgezonderd CTR);
  3. Het opmaken van een vluchtplan is ook verplicht als men FL 660 of hoger gaat vliegen;
  4. Bij VFR nachtvluchten;
  5. En tenslotte bij IFR vluchten.
Vandaag is het weer de beurt aan “algemene kennis van het luchtvaartuig”.

I keep you informed

vrijdag 19 november 2010

Navigatie

Gisteren tijdens de les navigatie hebben we met de rekenschijf gewerkt. Eerst kregen we enkele herhalingsoefeningen. Zoals hoeveel USG is 125 l benzine of hoeveel SM is 1950 NM.
Nu, hoe gaan we hier tewerk?
Zoals men kan zien, merk je dat de getallen op de buitenste (vaste) schijf zo goed als volledig overeenkomen met de getallen op de draaibare (binnenste) schijf.



Je moet er wel rekening mee houden dat men de getallen op verschillende manieren moet interpreteren. Nu draai je de binnenste schijf zodanig tot 12,5 overeenkomt met het streepje op de buitenste schijf.





In dit geval moet je het getal 12,5 als 125 beschouwen. Wil men weten hoeveel USG 125l benzine is, dan gaat men naar het streepje bij U.S. Gal. kijken. De aanduiding is dan 330l USG.




Dit is bij benadering zo want niet elke rekenschijf is even nauwkeurig. Het is mogelijk dat jij uitkomt op 329, 331 of zelfs 332.
Op deze manier kan men voor alle verschillende oefeningen tewerk gaan. 


Vandaag zijn we daar verder op ingegaan zoals bijvoorbeeld:
In hoeveel legt een vliegtuig met een snelheid van 200 kts een afstand van 80 NM af of een vliegtuig verbruikt 160l brandstof gedurende een vlucht van 3:25 uur. Hoeveel is het gemiddeld verbruik?
De rekenschijf is echt een prachtig instrument. Zo kun je bijvoorbeeld door gebruik te maken van de achterzijde, de grondsnelheid of ware koers berekenen. Dit doe je dan door gebruik te maken van de windarm. Let wel dat niet elke rekenschijf een windarm heeft.

Zo, dit was het dan weer. Volgende week is het luchtvaartreglementering.

I keep you informed



  

woensdag 17 november 2010

Meteorologie

Gisteren had ik terug een vrije dag en was weer een aantal uurtjes voor de les begon op de luchthaven. Rustig enkele koffietjes gedronken bij het maken van een aantal oefeningen over hoogtemeter problemen. Deze oefeningen zijn naar mijn persoonlijke mening niet allemaal zo eenvoudig, maar dat zal na verloop van tijd wel loslopen. Je leert het alleen door je kop erover te breken. Vandaag was het de beurt aan meteorologie. Wat we als eerste besproken hadden, was het ARP. ARP is de afkorting voor Airport Reference Point.
Dit is een referentiepunt op een luchthaven waaruit alle metingen gebeuren zoals de geografische coördinaten.
De horizontale verplaatsing van lucht of wind werd besproken en ook welke krachten hierbij aan bod komen. Dit zijn wrijvingskracht, gradiënt-, coriolis- en centrifugaalkracht. De wrijvingskracht is tot 2000 ft aanwezig en zorgt ervoor dat de wind tegen de aarde plakt.
Gradiënt- en corioliskracht zorgen samen voor geostrofische wind en neemt men de 3 krachten samen namelijk de gradiënt-, coriolisch- en centrifugaalkracht krijgen we de gradiëntwind. Deze wind volgt de isobaren van boven de 2000 ft tot de tropopauze. Onder de 2000 ft gaat de gradiëntwind afgebogen worden door de wrijvingskracht.
Het verschil tussen ascendentie en subsidentie kwam ook aan bod. Nu, wat is het verschil tussen beiden?
Subsidentie is hoge luchtdruk en ascendentie lage luchtdruk

Even illustreren


1.      Ascendentie of convectie is opgewarmde lucht. Warme lucht stijgt (denk maar aan een luchtballon). Deze lucht is labiel.
2.      Als er teveel aan lucht is in de bovenste laag dan krijgen we een horizontale verplaatsing van de lucht of beter gekend wind. Tot wanneer de warme lucht afgekoeld is. Wanneer de warme lucht zodanig afgekoeld is dat het dezelfde hoogte niet meer kan aanhouden, gaat ze dalen. Dit noemen we dan subsidentie
3.      Subsidentie is koude lucht. Deze lucht is stabiel. De koude lucht zal geleidelijk aan de temperatuur in de omgeving aannemen en weer opwarmen.
4.      Door deze opwarming krijgen we weer een horizontale verplaatsing van de lucht of wind tot het hele proces weer vanaf 1 begint.

Verder tijdens de les kwamen de drukgebieden aan bod en het verschil tussen krimpen en ruimen. De wrijving van de wind boven water en land.
Het verschil tussen anabatische wind en katabatische wind. Het gevaar dat er is wanneer men over een bergachtig gebied vliegt.
En als afsluiter van de les kwam het fenomeen windshear ter sprake. Dit is de plotse verandering van windrichting of windsterkte. Beiden kan ook en is dus zeer gevaarlijk. Vandaag de dag gebeuren nog steeds, ondanks de meetapparatuur ongevallen door hoogmoet van sommige piloten. Dus wanneer men een melding krijgt dat een windshear op komst is, blijft men het best aan de grond wachten. Dit is meestal van korte duur. Als men al in de lucht is, vliegt men het best met een grote omweg voorbij een CB i.p.v. eronder aangezien windshear meestal samen gaat met onweer.

Dit was het dan voor vandaag. Overmorgen is het de beurt aan navigatie.

I keep you informed

dinsdag 9 november 2010

Vluchtbeginselen & Algemene kennis (deel 1) Cel, Motor en Systemen

Welkom terug! Na een weekje vrijaf was ik gisteren zoals gewoonlijk (wanneer ik niet moet werken) een aantal uren voor de les begon op de luchthaven. Gisteren hebben we het laatste deel over vluchtbeginselen gezien. In het algemeen was deze herhaling van wat we laatst gezien hebben, namelijk de winglets of tiptanks.

Nu het hoofdstuk vluchtbeginselen achter de rug is, schakelen we over naar het hoofdstuk algemene kennis van het luchtvaartuig deel 1. Specifiek gaat deel 1 over de cel, motor en de systemen. Vandaag hebben we (zeg maar de evolutie van) het landingsgestel (met elastieken) tot het landingsgestel (met pneumatische demper) en het verschil tussen de banden besproken.

Ook de belasting van de vliegtuigcel kwam aan bod. Een vliegtuig moet een constante belasting kunnen weerstaan. De belasting dat een vliegtuig moet kunnen weerstaan noemt men de limiet belasting of limit load.
Voor lichte vliegtuigen in normal category is de limit load vastgesteld op 3,8 G. Dit is uiteraard minder dan een vliegtuig dat men gebruikt voor acrobatie. Hierbij is de limit load zelfs vastgesteld tot 6 G.

 Stermotor

Uiteindelijk kwam de motor aan bod. De evolutie van de stermotor tot de 4-taktmotor. Ook de werking van de 4-taktmotor en verschillende delen zoals bougie, magneto, ...

Komende donderdag is er geen les. Dan krijgen we allemaal nog eens een dagje vrij. Gerniet ervan!

To be continued 

woensdag 3 november 2010

Navigatie

Vandaag ging de les over navigatie. Ik vond dit een zeer interessante les aangezien we met de rekenschijf leerden werken. Ik heb zelf een rekenschijf van mijn pa vroeger tijdens zijn jaren als piloot. Meermaals heb ik op dat ding gevloekt. Vandaag werd me dit zeer duidelijk uitgelegt. Dit is helemaal niet moeilijk om mee te werken. Je moet enkel weten wat voor wat staat.



Het eerste wat je dient te doen is een schatting maken van de berekening die je met je rekenschijf gaat maken. Dit is omdat men de cijfers op verschillende manieren kan interpreteren. Een 1 kan bevoorbeeld staan voor 1 maar ook voor 100 of 1000 enzoverder.

Dit is het voor deze keer.

See you next time...

Vluchtbeginselen

 Vandaag les over vluchtbeginselen. Vandaag bespreken we als eerste de bochten. De krachten die op een vliegtuig tijdens bochten inwerken, enzoverder. We hebben ook de clinometer besproken om een rate 1 bocht te maken, slippende en schijvende bochten, angle of bank, ...

Ook kregen we de formule waarmee je berekent welke bocht je moet maken tegen een bepaalde snelheid (TAS/10+7=).

Ook de werking van de gyroscoop werd besproken. Ook dit werd weer zeer duidelijk uitgelegt aan de hand van demonstraties.

Hetgeen ik ook nog interessant vind is de zogenaamde zogturbulentie. Ik wist hier tot vandaag niets van. Dit verklaart waarom sommige vliegtuigen een (vervrongen) vleugeltip hebben. Dit is ook om zuiniger te vliegen en bestaat nog niet zo lang (een jaar of 10).


Het einde van de les vluchtbeginselen is in zicht. Volgende keer wordt hier nog even les over gegeven alvorens we verder gaan met algemene kennis.

I keep you informed...